de boog zandstenen borstwering
In het kustgebied rond Termunten
hebben de bewoners zich tot in de 12e eeuw tegen overstromingen beschermd door
het opwerpen van wierden. Daarna werd begonnen met de aanleg van de eerste lage
dijken. Gedurende de 13e eeuw was het tot vergaande inpoldering gekomen. Ook
werd het riviertje de Termunter Ae afgedamd en van een zijl, een
uitwateringssluis, voorzien. Monniken van het Grijze Monnikenklooster speelden
hierbij een belangrijke rol.
In de periode van de 14e tot de 16e eeuw ging veel land verloren door
Dollardinbraken. Aan het begin van de 16e eeuw werd de afwatering door de zijl
in de Termunter Ae verstoord en men was gedwongen via de Oterdumerzijl te lozen.
In 1588 werd de zeedijk bij Termunten hersteld. Om de afwatering te verbeteren,
werd tussen 1600 - 1601 het Termunterzijldiep gegraven en een nieuwe zijl
ontworpen. Gedeeltelijk werd gebruik gemaakt van de loop van de Termunter Ae. In
1686 werd de zijl door de St. Maartensvloed verwoest. Bij deze stormvloed kwamen
bijna alle Termunters om het leven. Onder leiding van de stad Groningen, die
toen de baas was in het Oldambt, werd Termunterzijl opnieuw opgebouwd. In 1725
werd o.l.v. de stadsbouwmeester Anthony Verburgh de huidige sluis met boogbrug
aangelegd. Ter herinnering aan de aanleg is de brug voorzien van een zandstenen
borstwering, de boog. Hierop staan de namen vermeld van de Overste
Schepper, de Scheppers en de Zijlvesten, alsmede hun familiewapens. Deze
personen waren de bestuurders van het in 1601 opgerichte Termunterzijlvest.
Een zijlvest is een waterschap dat op zee loost. Het was verdeeld in
Schepperijen en deze weer in Zijlrechten. De voorzitters van de Schepperijen, de
Scheppers, hadden veel invloed. Zij spraken recht in zaken die met het Zijlvest
te maken hadden. Ook bepaalden zij de hoogte van de belasting: het zijlschot.
